Met het bemesten van uw planten zorgt u voor een optimale groei en bloei conditie.
Het bemesten van planten is nodig om van een optimale groei en bloei te genieten. Het is van groot belang om de planten op de juiste tijd de
juiste bemesting te geven. Daarom is enige kennis van de verschillende meststoffen die te koop zijn wel nodig.
Volledige meststoffen Deze bevatten stikstof, fosfor, kalium, magnesium, calcium en zwavel plus andere spoorelementen zoals koper, ijzer
en zink etc.
Afzonderlijke meststoffen
Dit zijn alle bovengenoemde stoffen (behalve de spoorelementen). Als uw planten een tekort hebben aan bijvoorbeeld stikstof, kunt u dit
afzonderlijk kopen en het stikstof tekort van uw planten ermee verhelpen.
Vloeibare meststoffen
Dit wordt vaak aan het gietwater toegevoegd, vaak wordt het gebruikt bij kamerplanten of planten in potten (buiten). Het middel werkt zeer snel,
het is dus een goede zaak om meerdere keren per jaar mest te geven.
Vaste meststoffen
Dit wordt vaak gebruikt als langzaam werkende meststof. U hoeft dan meestal maar 1 keer per jaar mest te geven en de plant heeft voor het gehele
jaar voldoende. Dit wordt ook vaak op het gazon gebruikt. Het is verkrijgbaar in de vorm van meel, spaanders, korrels, of pillen. Hier geldt
altijd: Hoe fijner de stoffen gemalen zijn hoe sneller ze door de plant opgenomen worden.
Het bemesten
Ten eerste is het belangrijk dat u weet wat de behoeften van uw plant zijn. Informeer hiernaar bij aankoop of kijk op het
internet voor meer informatie. Ook is het aan te raden om de 2 of 3 jaar een grondmonster te nemen, u meet dan het voedselgehalte en de pH-waarde
van uw grond. Aan de hand van deze test en de behoefte van uw planten, kunt u bepalen wat de grond tekort komt of juist teveel heeft.
Een basisbemesting Dit is de planten bemesten met compost, koemestkorrels of NPK (stikstof, fosfaat, kalium). Dit
doet u voordat u de planten in de grond zet. 1: Zorg dat u weet wat de behoeften van uw nieuwe planten zijn. 2: U moet weten wat het
huidige voedselgehalte en pH-waarde van uw grond is, dit kunt u alleen achterhalen met een pH-test.
3: Verdeel compost over uw grond en vul het tekort aan het voedingsgehalte op met NPK Als de basisbemesting uitgewerkt is krijgen de planten in
de groei en bloei perioden vaste mest, dit is afhankelijk van hun voedselbehoefte.
Tip: Voordat u planten koopt of nog beter een beplantingsplan gaat maken, doe eerst een grondonderzoek. Het heeft namelijk helemaal geen
zin om telkens uw grond aan te passen aan de behoeften van uw planten. U kunt beter uw plantenkeus aanpassen aan uw grondsoort/inhoud.
Houd rekening met uw grondsoort, zandgrond kan slecht voedingsstoffen vasthouden. Als u in 1 keer teveel mest geeft zal dat
allemaal in het grondwater terecht komen. Bij zandgrond is het dus de zaak om meerdere keren kleine beetjes mest te geven. Kleigrond daarentegen
houdt voedingsstoffen wel heel goed vast, hier kunt u gerust meer mest geven. Zorg ervoor dat u na het bemesten royaal water geeft, bemest nooit
droge grond.
Bomen
In het najaar kunt u de wortelzone bedekken met compost. Vruchtbomen hebben in het voorjaar meestal extra organische mest nodig
|
 |
Hagen
Als u hagen heeft zoals taxus en coniferen kunt u in de lente wat organische mest geven, ook koemestkorrels voldoen. Geef in het
najaar compost.
|
 |
Rozen
Voor de bloeitijd van uw rozen, kunt u het beste speciale rozenmest door de grond heen werken. Na juli absoluut geen mest meer geven,
als u het wel doet heeft u kans op een verkorte bloeitijd.
|
 |
Vaste planten
In het najaar verdeeld u compost door de grond en in het voorjaar geeft u organische mest. Koemest korrels voldoen ook. U kunt er ook
voor kiezen om alles in het voorjaar te doen, eerst het compost en daarna koemestkorrels.
|
 |
Eenjarigen & Tweejarigen
Voordat u (twee)eenjarige planten in de grond zet kunt u het beste ervoor zorgen dat er compost en NPK door de grond verwerkt is.
Tweejarige planten kunt u bemesten voor het jaar erop met koemestkorrels of een andere basisbemesting.
|
 |
De belangrijkste voedingstoffen op een rij
Stikstof (N)
Is goed voor de groei van scheuten en bladeren. Bij gebrek aan stikstof krijgen de planten last van een zwakke groei, u kunt dat zien doordat
bladeren vergelen. Bij overbemesting wordt het blad blauwgroen en de kans op ziekten en plagen wordt vele malen groter.
Fosfaat (P)
Is goed voor de ontwikkeling van bloem en vruchten. Bij gebrek aan fosfaat worden de bladeren roodbruin en krijgen de planten minder bloemen of
vruchten.
Kalium (K)
Zorgt voor sterke wortels en de algehele stevigheid van de plant. Bij gebrek aan kalium krijgt de plant last van een zwakke groei en bruine
bladranden.
Magnesium (Mg)
Bevordert de aanmaak van bladgroen. Bij gebrek vergeling van de bladranden en de groenblijvende nerven. Bij overbemesting kans op ziekten en
plagen
Calcium (Ca)
De wortels en scheuten zullen beter groeien en het bevordert de opname van andere voedingsstoffen. Bij gebrek kans op een slechte groei en lage
pH-waarde. Bij overbemesting fosforgebrek.
Zwavel (S)
Bij gebrek vergeling van de bladeren en een slechte bloei. Het bevordert de stofwisseling van de plant.
Meer info over het bemesten:
planten bemesten in detail
Wilt u nog meer informatie over planten en andere tuin gerelateerde onderwerpen? Wordt dan lid van mijn gratis nieuwsbrief en ontvang een leuk welkoms
geschenk.
|